De markante stenen poldermolen De Eendracht in de Bergerhof wordt gerestaureerd.Via een lange licht verende aluminium trap bereik ik de kap van de molen.Daar zijn Rob en Kess,dik ingepakt tegen de koude oostenwind,bezig de kap van een dikke laag nieuwe verf te voorzien.
“We willen een beetje het knappe werk schilderen”,verteld Kees.”Ja!”,valt Rob hem bij, “we willen niet als nieuwbouwsopper aan de gang,tweehonderd huizen hetzelfde,bah.Daar moet alles snel,snel,snel,als het maar een kleur heeft.
Laatst hadden we ook een mooi klussie , toen hebben we dat nieuwe cafe De Notaris geschilderd.”
Met sierlijke bewegingen en een vaste hand laat Rob zijn kwast het werk doen.”Meestal doe ik het decoratieve werk.Zometeen begin ik met het schilderen van het bouwjaar op de kap, 1771.11.”
Verder dan de 71 komt hij vandaag niet,dan zit de tijd erop en gaan ze naar huis.De oude molen wordt in een dag wel heel erg oud.
Met liefde vertellen ze over het vak.”Het belangrijkste is de voorbewerking.Wie schuurt die blijft.Je moet eerst schoonmaken,vervolgens naspoelen,dan schuren en als laatste goed gronden.
Samen met nog een andere schilder die vandaag alleen op stap is,werken ze in een klein bedrijf.”Dat is lekker afwisselend.Soms ben je alleen aan het werk,dan weer met z’n tweeën en af en toe ook met z’n drieënAls we aan het schilderen zijn praten we voornamelijk over het weer en over sport.Over mooie vrouwen praten we eigenlijk nooit.”
Een bouwvakker die het gesprek aanhoort,moet erom lachen:”Die twee doen zich wel heel netjes voor!”
Rob wil het bedrijf , dat nu nog van zijn schoonvader is,in de toekomst graag overnemen.
“Als ik maar lekker aan het werk kan blijven dat is het belangrijkste”,zegt Kees.”En ja,het Paleis van Soestdijk een keertje schilderen, dat lijkt me ook wel een mooie klus.”
|